Ga naar de inhoud

Doorbraak: ZZP’er is weer nodig!

Doorbraak: ZZP’er is weer nodig!

Zzp’ers uitsluiten bij publieke inhuur mag niet zomaar. Dat is de duidelijke boodschap die naar voren komt uit Advies 835 van de Commissie van Aanbestedingsexperts.

De afgelopen periode zie ik het steeds vaker gebeuren. Overheidsorganisaties nemen in uitvragen op dat een opdracht niet door een zzp’er mag worden uitgevoerd. Vaak gebeurt dat met één algemene verwijzing naar de Wet DBA en het risico op schijnzelfstandigheid.

Daarmee lijkt het probleem opgelost. Toch ligt dat juridisch en inkooptechnisch een stuk genuanceerder.

Angst voor de Wet DBA is begrijpelijk

Laat duidelijk zijn: overheidsorganisaties moeten kritisch kijken naar schijnzelfstandigheid. De risico’s rond de Wet DBA zijn reëel. Bovendien moet een opdracht die feitelijk lijkt op een dienstverband niet kunstmatig als zelfstandige opdracht in de markt worden gezet.

Daar ligt dus een duidelijke verantwoordelijkheid voor opdrachtgevers. Maar die verantwoordelijkheid betekent niet dat je vervolgens een hele beroepsgroep vooraf mag uitsluiten zonder verdere beoordeling.

Juist daar gaat het in de praktijk vaak mis. Een standaardzin als “zzp’ers zijn uitgesloten” voelt misschien veilig. Tegelijkertijd kan zo’n bepaling aanbestedingsrechtelijk juist kwetsbaar zijn.

De Commissie trekt een grens

In Advies 835 ging het om een inhuuropdracht voor een interim Deelprojectleider Netcongestie. De aanbestedende dienst had bepaald dat de opdracht niet door een zzp’er mocht worden uitgevoerd. Daarbij maakte het zelfs niet uit of iemand vanuit een eenmanszaak of via een BV werkte.

Volgens de aanbestedende dienst was het risico op een arbeidsrelatie te groot. De Commissie van Aanbestedingsexperts ging daar echter niet in mee.

Het probleem zat niet in het feit dat de aanbestedende dienst aandacht had voor schijnzelfstandigheid. Dat mag en dat moet. Het probleem zat vooral in de categorische uitsluiting.

Door iedere zelfstandige vooraf buiten de deur te houden, kreeg geen enkele zzp’er de mogelijkheid om aan te tonen dat in zijn of haar specifieke situatie wél sprake was van zelfstandig ondernemerschap. Daarmee werd feitelijk een onweerlegbaar vermoeden gecreëerd.

Iedere zzp’er werd als risico gezien. Niet op basis van de concrete opdracht. Niet op basis van de feitelijke uitvoering. Ook niet op basis van de individuele omstandigheden. Maar puur op basis van de contractvorm.

Volgens de Commissie ging dat te ver.

Wet DBA is geen juridische standaardknop

De Wet DBA vraagt om een inhoudelijke beoordeling. Niet alleen de tekst van de overeenkomst is relevant, maar vooral hoe de werkzaamheden in de praktijk worden uitgevoerd.

Daarbij spelen vragen zoals: Is er sprake van gezag? Wordt de opdrachtnemer aangestuurd als een werknemer?

Is de opdracht ingebed in de organisatie? Kan de opdrachtnemer zelfstandig werken?

Is sprake van ondernemerschap? Heeft de opdrachtnemer meerdere opdrachtgevers?

Hoe is de opdracht ingericht? Dat zijn vragen die je niet kunt beantwoorden met één algemene standaardzin.

Wie zzp’ers vooraf categorisch uitsluit, slaat die beoordeling over.

Van risicobeheersing naar risicovermijding

Hier zit volgens mij het echte probleem. Veel publieke organisaties zijn doorgeschoten van risicobeheersing naar risicovermijding. Dat is begrijpelijk, maar het heeft gevolgen.

Je beperkt de markt. Je sluit specialistische kennis uit. Je maakt jezelf afhankelijker van detacheringsbureaus en intermediairs.

En je loopt het risico dat de gekozen uitvoeringsvoorwaarde zelf disproportioneel is. Angst voor één juridisch risico kan dus een nieuw juridisch risico creëren.

Goede inkoop vraagt niet om het blind vermijden van risico’s. Goede inkoop vraagt om het beheersen van risico’s op een zorgvuldige, uitlegbare en proportionele manier.

Wat betekent dit voor aanbestedende diensten?

Advies 835 betekent niet dat iedere opdracht geschikt is voor een zzp’er. Sommige opdrachten zullen door hun aard, aansturing of inbedding in de organisatie inderdaad te veel lijken op een arbeidsrelatie. Maar als een aanbestedende dienst zzp’ers wil uitsluiten, moet die keuze goed worden onderbouwd.

Niet met alleen: “vanwege de Wet DBA”. Maar met een concrete beoordeling van de opdracht, de risico’s, de feitelijke werkzaamheden en de vraag waarom minder vergaande maatregelen onvoldoende zijn.

De betere vraag is dus niet:

“Hoe houden wij zzp’ers buiten de deur?”

De betere vraag is:

“Hoe richten wij publieke inhuur zo in dat het juridisch houdbaar, proportioneel en uitvoerbaar blijft?” Dat is een wezenlijk andere benadering.

Belangrijk signaal voor de praktijk

Voor zelfstandige professionals is dit een belangrijk signaal. Niet omdat de deur nu automatisch volledig openstaat. Maar wel omdat de overheid die deur niet zonder goede reden vooraf mag dichtgooien. Geen automatische uitsluiting. Geen standaardzin omdat iedereen die gebruikt. Geen angstbeleid zonder proportionaliteitstoets. Beoordeel de opdracht. Beoordeel de omstandigheden. Onderbouw de keuze. De Commissie zet de deur voor zzp’ers weer op een kier.

Nu is de vraag welke aanbestedende diensten hun inhuurbeleid opnieuw kritisch durven te bekijken.

Bron: Commissie van Aanbestedingsexperts, Advies 835, 30 juni 2026.experts, Advies 835, 30 juni 2026.

LinkedIn
Facebook
Twitter
WhatsApp
Email

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *